JUDO IS ONTSTAAN UIT JIU-JITSU
 
Judo is ontstaan uit het jiu-jitsu, ook wel geschreven als ju-jutsu
Jiu-Jitsu is een zeer oud gevechtssysteem dat ontwikkeld is in de middeleeuwen. Het werd toen ook wel yawara genoemd. Ju of yawara betekend “zacht” en jitsu betekend techniek.
Hoever we ook in de geschiedenis terug kijken, men vocht altijd voor zijn bestaan, zowel als aanvaller als verdediger. Iedereen had de beschikking over 2 armen en benen om mee te vechten. Daarnaast werden wapens zoals speren, steekwapens, stokken en dergelijke als alternatief gebruikt.
Door oude afbeeldingen zoals muurschilderingen, prenten, en beelden zien we dat mensen van allerlei werelddelen zich altijd al bezig hebben gehouden met zelfverdediging.
 
alt src=images/judo/historische _cke_saved_src=images/judo/historische afbeeldingen van jui jitsu.jpg
Historische afbeeldingen van verschillende jiu-jitsu technieken
 
Elk land had wel een eigen stijl van zelfverdediging. Zo had China het wushu, Thailand het muay-thai, Rusland het sambo, Korea het taekwondo, Frankrijk het savate en schermen, Indonesië het pentjak-silat, en Japan het karate en het jiu-jitsu.
De zelfverdedigingskunst jiu-jitsu is in Japan zeer lang bestudeerd. De samurai’s
hebben een aantal eeuwen (12e – 19e eeuw) lang het jiu-jitsu ontwikkeld en in geheime schriften, ook wel densho’s genoemd, bewaard. De technieken die door de samurai werden ontwikkeld, werden door hen als een familie- of schoolgeheim geschouwd. De oudste school is de Takenouchi-Ryu (ca 1532), waar Kogusoku werd beoefend. De Kito-Ryo is (vermoedelijk) in het midden van de 17e eeuw door Ibaragi opgericht. Fukuno Shichiroemon was de tweede leraar. Hij leerde vermoedelijk van Chin-Genpin. Op deze school werd veel aandacht besteed aan nage-waza, terwijl er ook kata werden ontwikkeld. Terade van de Jikishin-Ryu had de naam judo reeds gebruikt. Naast deze scholen waren er natuurlijk ook nog vele andere scholen.
 
De samurai ontwikkelde dus vele technieken omdat men in de strijd met een tegenstander in staat moest zijn om zowel met als zonder wapens te kunnen vechten. Naast het vechten met een wakizashi (kort zwaard) bestond het jiu-jitsu onder meer uit werpen, slaan, stoten met de vuist en steken met de vingers, trappen, verwurgen, en aanvallen op gewrichten zoals buigingen en verdraaiingen.
De samurai gebruikten deze technieken om hun meester te verdedigen en de orde in hun gebied te bewaren. Toen keizer Meiji in 1868 de samurai hun privileges afnam, werd de rol van de krijger steeds minder belangrijk. Hierdoor kreeg de gewone burger belangstelling voor de verdedigingskunst jiu-jitsu. De eerste jiu-jitsu school werd geopend door de Japanner Hisamori Takeuchi. Deze man had een eigen stijl ontwikkeld. Hij noemde zijn systeem het Takeuchi-Koshi-No-Mawari.
Naast de stijl van Takeuchi werden er nog honderden andere systemen ontwikkeld, en vele Ryu’s (scholen) geopend. Iets later werd het jiu-jitsu dan ook in meerdere landen beoefend.
 
alt src=images/judo/historische _cke_saved_src=images/judo/historische afbeeldingen van kata-guruma die in verschillende werelddelen kleing.jpg
Historische afbeeldingen van kata-guruma die in verschillende werelddelen werd gebruikt.
 
Er waren bij het beoefenen van jiu-jitsu echter geen regels en oorspronkelijk was alles toegestaan. Het kwam dan ook vaak voor dat mensen blessures of verwondingen op liepen. Omdat het verslaan van een echte tegenstander steeds minder belangrijk werd, werd het steeds belangrijker om de technieken zo mooi en vaardig mogelijk uit te voeren. Ook kwamen er regels om de uitvoerder te beschermen. Het jiu-jitsu vormde later de basis van het hedendaagse Judo.
 
 
alt src=images/judo/de _cke_saved_src=images/judo/de japanse karakters voor jui jitsu.png
alt src=images/judo/de _cke_saved_src=images/judo/de japanse karakters voor judo.png
De Japanse karakters voor Jiu - JitsuitsuJu-Jutsu
De Japanse karakters voor JudoJudo
 
JUDO ONTWIKKELING IN JAPAN
 
Judo is in 1882 ontstaan uit de verdedigingssport jiu-jitsu. Jigoro Kano werd op 28 oktober 1860 geboren in het Japanse dorpje Mikage. In 1871 verhuisde hij met zijn familie naar Tokio en studeerde hij aan de Keizerlijke Universiteit. Hij behaalde achtereenvolgens een graad in de economische en politieke wetenschappen en een doctoraat in filosofie.
Doordat Kano tenger van lichaamsbouw en klein was, nam hij het besluit even sterk te worden als zijn medestudenten en begon jiu-jitsu te leren. Jiu-jitsu had immers de naam dat men een fysiek sterkere tegenstander kon overwinnen.
Met veel moeite vond hij een school. Meester Teinosuke Yagi zou hem onderwijzen.
Later studeerde hij nog bij de meesters Hachinosuke Fukudo en Masatomo Iso van de Tenshin-Shinyo Ryu en Tsunetoshi Ikubo van Kito-Ryu. Jigoro Kano verkreeg een dusdanige kennis dat meester Ikubo tenslotte moet bekennen: “Ik heb u niets meer te leren”.
 
alt src=images/judo/jigaro1884.jpg _cke_saved_src=images/judo/jigaro1884.jpg
alt src=images/judo/jigaro1870.jpg _cke_saved_src=images/judo/jigaro1870.jpg
alt src=images/judo/jigaro.jpg _cke_saved_src=images/judo/jigaro.jpg
Jigoro Kano (r) ca 1870
Jigoro Kano (1884)
Jigoro Kano
 
In juni 1882 opende Kano op 21 jarige leeftijd zijn eigen school, de Kodokan Judo, en onderwees er in zijn eigen judo-methode. Hij studeerde verder bij beroemde meesters en bestudeerde de Densho’s.
In het begin van de Kodokan werkte hij met negen leerlingen in een dojo met 12 tatami’s.
Kano verzorgde zijn lessen in de boedhistische tempel Eishoji.
In deze tempel huurde hij 3 kamers waarvan hij er een als dojo inrichtte om zijn lessen te verzorgen.
 
alt src=images/judo/de _cke_saved_src=images/judo/de boedhistische tempel eishoji.png
alt src=images/judo/kano _cke_saved_src=images/judo/kano geeft les.jpg
De boedhistische tempel Eishoji
Kano geeft les aan kinderen
 
 
alt src=images/judo/het _cke_saved_src=images/judo/het oude gebouw van de kodokan in japan.png
alt src=images/judo/het _cke_saved_src=images/judo/het huidige gebouw van de kodokan.png
Het oude gebouw van de Kodokan in Japan
Het huidige gebouw van de Kodokan
 
Kano’s nieuwe methode, het judo, kende een moeilijke start daar het vereenzelvigd werd met het in verval geraakte jiu-jitsu. Langzamerhand kwam er steeds meer belangstelling voor de methode van Kano. Iedereen bewonderde de principes, zins spreuken en het ideaal van de Kodokan. Toch twijfelde men aan het nut ervan tijdens gevechten. Door de oude jiu-jitsu beoefenaars werd het judo zelfs met minachting bekeken.
In juni 1886 werd er een toernooi georganiseerd tussen het hoofdbureau van de politie in Tokio en het Kodokan team. Hierbij kwamen 15 bekende jiu-jitsuka’s tegenover de judoka’s van de Kodokan te staan. Het Kodokan judo bewees hier zijn superioriteit en won het toernooi met 13 overwinningen en 2 onbesliste partijen.
Dit succes betekende gelijkertijd de doorbraak van het Kodokan-Judo tegenover alle jiu-jitsu scholen.
 
Professor Jigoro Kano had veel geleerd van de principes van de verschillende scholen waar hij lessen had gevolgd. Toch miste hij iets. Hij vond dit in de 2 onderstaande principes.
 
1 Seiryoku-zen’yo
betekend: Maximale doeltrefzekerheid
met een minimale inspanning. Hiermee
bedoeld Jigoro Kano dat een klein en licht
iemand door het judo goed uit te voeren,
ook van een zwaarder iemand kan winnen.
 
2 Jita-kiyoei
betekend: Algehele voorspoed voor de hele
wereld. Hiermee bedoeld Jigoro Kano dat
door het beoefenen van judo de mens een
hoger niveau zal bereiken. Bij de mens zal
het lichamelijk evenwicht versterkt worden,
en men zal leren om gedisciplineerd te
handelen en respect en beheersing te tonen
in alle omstandigheden.
 
Zijn begrippen zijn dus voorbeelden die men
in judo kan oefenen en als een levenswijze
buiten de tatami kan toepassen.
alt src=images/judo/1 _cke_saved_src=images/judo/1 seiryoku-zenyo.png
alt src=images/judo/2 _cke_saved_src=images/judo/2 jita-kiyoei.png
 
 
 
alt src=images/judo/kersenbloesem.png _cke_saved_src=images/judo/kersenbloesem.png
Hiernaast is een kersenbloesem afgebeeld. De kerse-bloesem heeft voor de Japanners een bijzondere betekenis. De kersebloesem die niet gekweekt wordt om zijn vruchten maar om de bloesem staat voor het symbool van de reinheid en de liefde voor het vaderland. De kerse-bloesem staat ook symbool voor “de zachte weg” ofwel het judo. Het middelste gedeelte is de zon, ofwel het hart.
Het witte veld daaromheen geeft het zachte en het mee-
gevende. Het symbool van de kersebloesem prijkt dan ook op aan de zijkant van het gebouw van de Kodokan.
 
JUDO ONTWIKKELING IN ANDERE LANDEN
 
In 1889 ging Jigoro Kano naar Europa om daar de methoden van het onderwijs te bestuderen. Naast enige professoraten bekleedde hij diverse functies in de sector van het onderwijs. Op 16 februari 1899 ging ook de Japanner Yukio-Tani naar London, gevolgd door S.K. Yuenishi in 1900, Taro Mikaye weer enkele jaren later en Aiktaro Ohno in 1905. In mei 1906 ging ook Gunji Koizumi naar Londen waar hij in 1918 met Yukio Tani de “Budokwai” oprichtte.
In 1903 ging Y.Yamashita naar de Verenigde Staten om judolessen te verzorgen. Daar gaf hij ondermeer les aan president Theodore Rooseveld.
Ook enkele Engelsen en Fransen trainden in de Kodokan om zo deze kennis weer in hun eigen land te verdelen. Zo trokken er in de jaren daarop steeds meer Japanse judoka’s naar verschillende landen om lessen te verzorgen en zo het judo te promoten, en kwamen er steeds meer judoka’s uit verschillende landen naar Japan om daar de judosport te beoefenen en te bestuderen.
Begin 1900 werd het judo in Japan op de middelbare scholen en de universiteiten ingevoerd als onderdeel van lichamelijke opvoeding.
In 1909 werd professor Jigoro Kano lid van het “Internationaal Olympisch Comité” en bezocht hij alle olympische spelen die er de komende jaren gehouden werden. Professor Kano had dan ook de hoop dat judo eens op de Spelen zou komen en een Olympische sport zou worden.
Op de I.O.C. vergadering in 1938 te Cairo slaagde Professor Kano erin om het Japanse Tokio aangewezen te krijgen voor het houden van de 12e Olympische spelen. Dat was het laatste wat Professor Kano voor de internationale sport kon doen. Deze vader van de lichamelijke opvoeding en sport in Japan en grondlegger van het judo overleed op 4 mei 1938 aan longontsteking op de terugreis van Cairo naar Japan aan boord van het S.S. “Hikawa Maru”.
 
Nadat Jigoro Kano overleden was werd N. Jiro de tweede president van de Kodokan. Tijdens de tweede wereldoorlog kreeg het judo in Japan, maar ook op andere plaatsen in de wereld een ernstige terugslag.Na de oorlog kwam het judo echter weer geheel van de grond en dat resulteerde in de eerste judokampioenschappen die in 1948 in Japan gehouden werden. In 1949 werd in Japan de “All Japan Judo Association” opgericht.
In 1948 werd in Europa de “Europese Judo Unie” opgericht en in 1953 kwam de “Internatonale Judo Federdatie” tot stand. Als gevolg daarvan werden in 1956 in Tokio de eerste Wereld kampioen schappen Judo gehouden waardoor dus verschillende landen samenkwamen om daar om de titels te strijden.
 
 
JUDO ONTWIKKELING IN NEDERLAND
 
In 1910 was het P. Toepoel uit ’s-Gavenhage die als eerste les gaf in Jiu-Jitsu. Hij werd gevolgd door M. van der Sluis, W. Kasulakoff, M. van Nieuwenhuizen en Tops. J. v/d Bruggen opende in Rotterdam in 1938 de eerste Jiu-Jitsu en Judo school.
Op 29 januari werd de Nederlandse Jiu-Jitsu bond (N.J.J.B.) opgericht. Dit door M. van Nieuwenhuizen. Later werden er nog tal van nieuwe bonden aan toegevoegd.
De N.J.J.B. wordt ook wel gezien als de voorloper van de huidige Judo Bond Nederland.
 
alt src=images/judo/j. _cke_saved_src=images/judo/j. van der bruggen.png
alt src=images/judo/m. _cke_saved_src=images/judo/m. v nieuwenhuizen.png
alt src=images/judo/g. _cke_saved_src=images/judo/g. koizumi.png
J. van der Bruggen
M. v Nieuwenhuizen
G. Koizumi
 
Naast de N.J.J.B werd op 3 oktober 1946 de Judokwai Nederland (J.K.N.) opgericht.
Onder leiding van Johan van der Bruggen werden in 1946 de eerste judoleraren examens afgenomen.
 
In 1947 kwam het judo pas echt in ons land. Dit door de komst van G. Koizumi, uit Japan, T.P. Leggett, T.Mosson en G. Chew uit Engeland, D. Garaix en J. Beaujean uit Frankrijk en F. Minfuhr en P. Buchele uit Oostenrijk.
Een jaar later op 30 oktober 1948 telde ons land zes eerste Dan houders en vier eerste Kyu’s.
 
G. Koizumi bracht in 1948 de N.J.J.B, de J.K.N. en Nakada bijeen als een overkoepelde organisatie, te weten de Nederlandse Judo Associatie (N.J.A.)
Sindsdien ging het judo in Nederland met sprongen vooruit en steeg het technische peil door de vele bezoeken van Japanse en Koreaanse leermeesters aan ons land.
 
Een jaar later werd de N.J.A. weer opgeheven toen de meeste judo en Jiu-Jitsu beoefenaars waren verenigd in de N.J.J.B. Hiernaast waren er nog tal van andere judobonden in ons land. Op 21 oktober 1963 kwamen al deze bonden te samen in de nieuwe opgerichte bond. De Federatie van Nederlandse Judo en Jiu-Jitsu bonden. (F.N.J.J.B.).
 
Ook bij deze bond bleef het niet. Op 7 oktober 1966 verenigde de verschillende bonden zich in een nieuwe opgerichte N.J.J.B. Op 21 november 1970 werd besloten deze naam te wijzigen in de Budo Bond Nederland (B.B.N.)
Op 15 september 1979 werd de laatste wijziging doorgevoerd van Budo Bond Nederland naar Judo Bond Nederland (J.B.N.) die tot nu toe nog bestaat.
 
Naast deze bond zijn er natuurlijk nog andere bonden in Nederland. Zo hebben we de C.J.J.F. (Culturele Judo Jiu-Jitsu Federatie) en de I.B.F. (Internationale Budo Federatie) welke samen vallen onder de N.C.S. (Nederlandse Culturele Sportbond).
 
Echt populair werd judo in Nederland pas toen Anton Geesink in 1961 als eerste Europeaan wereldkampioen judo wist te worden. Geesink versloeg in zijn weg naar de titel liefst 3 Japanners: Kaminaga, Koga en Sone in de finale. Hierna was er een grote stijging te vinden bij de ledenaantallen van de diverse clubs en judoscholen. De uitstraling van kampioen Geesink zorgde voor vele nieuwe leden. Dit nog meer toen Anton Geesink in 1964 Olympisch kampioen judo werd. In zijn judoloopbaan werd Geesink 1x olympisch kampioen (1964), 3x wereldkampioen (1961-1964-1965), 21x Europees kampioen, en vele keren Nederlands kampioen. Ook werd hij 4x sportman van het jaar, en in 1961 sportman van de wereld. Sinds oktober 1997 is Anton Geesink de hoogst gegradueerde judoka ter wereld en bezit hij de 10e Dan judo. In 1999 ontving hij tevens een eredoctoraat aan de Kokushikan universiteit in Tokio. Anton Geesink is op 27 augustus 2010 op 76 jarige leeftijd gestorven.
 
alt src=images/judo/anton _cke_saved_src=images/judo/anton geesink tijdens de olympische finale in 1964.png
alt src=images/judo/anton _cke_saved_src=images/judo/anton gesink klein.jpg
Anton Geesink tijdens de Olympische finale in 1964
Anton Geesink
 
Na Anton Geesink stond de volgende Nederlandse topper al weer klaar. Het was Wim Ruska die na Geesink de wereld veroverde met zijn judo. Wim Ruska die ook uitkwam bij de zwaargewichten werd in 1967 en 1971 wereldkampioen. In 1972 wist hij zelfs tweevoudig Olympisch kampioen te worden. Daarnaast werd Wim Ruska tijdens zijn judo loopbaan 7x Europees kampioen en 9x kampioen van Nederland. Wim Ruska is houder van de 8e Dan judo.
 
alt src=images/judo/wim _cke_saved_src=images/judo/wim ruska tijdens de olympische finale in 1972.png
alt src=images/judo/wim _cke_saved_src=images/judo/wim ruska klein.jpg
Wim Ruska tijdens de Olympische finale in 1972
Wim Ruska
 
Mark Huizinga is tot nu toe naast Geesink en Ruska de derde Nederlandse judoka die Olympisch kampioen judo wist te worden. Deze prestatie behaalde hij in 2000. Huizinga heeft een enorme erelijst opgebouwd en is een van de meest technische judoka’s van de wereld. In 2008 heeft Huizinga zijn wedstrijdloopbaan afgesloten op het NK. Hij behaalde hier zijn 14e Nederlandse titel en kreeg vanwege zijn prestaties de 6e Dan judo uitgereikt. Hieronder een kleine opsomming van de belangrijkste prestaties van Mark Huizinga.
1x Olympisch kampioen (2000) en Olympisch brons in 1996 en 2004, 5x Europees kampioen, 8x wereld kampioen militairen, en 14x Nederlands kampioen. Mark Huizinga is 2x uitgeroepen tot europees judoka van het jaar.
 
alt src=images/judo/mark _cke_saved_src=images/judo/mark huizinga olympisch kampioen 2000.png
alt
Mark Huizinga Olympisch kampioen 2000
3 hele grote kampioenen bij elkaar
 
Naast deze kampioenen heeft Nederland in het verleden nog vele andere kampioenen gehad en ook nu behoren de Nederlandse judoka’s nog steeds tot de wereldtop.
Een topper wordt je echter niet zomaar. Enorm veel training, bloed, zweet en tranen gaan daaraan vooraf. Het lijstje van Nederlandse wereld en Olympisch kampioenen is dan ook niet zo groot.
Laten we hopen dat we dit lijstje binnenkort weer eens aan kunnen vullen. Wie weet wordt jij later nog wel eens een groot kampioen ?
 
Nederlandse wereldkampioenen
 
Nederlandse Olympische spelen kampioenen
 
Anton Geesink
1961-1964-1965
Anton Geesink
1964
Wim Ruska
1967-1971
Wim Ruska
1974 2x
Anita Staps
1980
Mark Huizinga
2000
Irene de Kok
1986-1987
   
Monique van der Lee
1995
   
Angelique Seriese
1995
   
Guillaime Elmont
2005
   
Dennis van der Geest
2005
   
Edith Bosch
2005
   
Ruben Houkes
2007
   
Marhinde Verkerk
2009
   
 
 
alt src=images/judo/judo _cke_saved_src=images/judo/judo embleem.jpg
alt src=images/judo/internationale _cke_saved_src=images/judo/internationale federale judo.jpg